Vermenigvuldiging
Dahlia’s kunnen worden gezaaid. Dit is echter een lange weg en wat risicovol. Beter is het om ze te stekken of de knollen te scheuren. De meest toegepaste vermenigvuldiging is die van stekken. Is u dit te veel, dan kunt u beter planten of knollen kopen. Om stek te kunnen maken worden de knollen vanaf begin januari in een mengsel van 1/3 deel zand, 1/3 deel humusgrond en 1/3 deel turfmolm gelegd. In zuivere turfmolm kan ook. De knollen moeten ziektevrij en gaaf zijn. De juiste temperatuur moet wel 20 – 23 graden Celcius zijn om enig resultaat te krijgen. Na circa drie weken kunnen de eerste stekken gesneden worden. De dahliakwekers verwijderen meestal deze eerste uitlopers, omdat ze moeilijk schijnen te wortelen. De tweede serie stekken is blijkbaar beter bewortelbaar. De stek wordt met een scherp mes vlak boven de knol afgesneden of wordt van de knol afgescheurd: ‘een stek met hieltje’. Met dat afscheuren gaat dan een deel van de knolhuid mee. Deze laatste methode zorgt voor het beste bewortelingsresultaat. Hoewel dahlia’s van stikstof houden, is het geven van een stikstofrijke kunstmestgift niet goed. Bij een teveel aan stikstof wordt er door de plant meer aan bladvorming gedaan in plaats van aan bloemvorming. Gedurende de winter kunnen de knollen overwinteren op een koele (5° Celcius) plaats, absoluut vorstvrij en wat toegedekt met vochtig turfmolm.









